Phone Icon Search Icon

Natuurlijk in beweging

Bij United Care gaan we uit van natuurlijke bewegingspatronen.

De filosofie van United Care gaat uit van natuurlijke bewegingspatronen waarbij de mobiliteit van de zorgvrager en de fysieke belasting van de zorgverlener de aandachtspunten zijn. Wanneer van de natuurlijke bewegingspatronen gebruik wordt gemaakt, zal de transferhandeling uiteindelijk vloeiend en moeiteloos verlopen. De zorgverlener hoeft weinig tot geen fysieke inspanning te verrichten.

Transferhandeling

Het natuurlijk in beweging komen, ligt verborgen in de transferhandeling op zich in combinatie met het transferhulpmiddel. Het opstaan met de actieve opstalift James is hier een voorbeeld van. James volgt de natuurlijke opstacurve waardoor de eigen mobiliteit van de zorgvrager zo lang mogelijk wordt behouden.

Transfer protocol (ITP)

De natuurlijke bewegingspatronen van de zorgvrager, zoals liggen, zitten en liggen, zijn ook in het Individuele Transfer Protocol (ITP) terug te vinden. Daarnaast geeft het ITP drie mobiliteitsklassen weer: actief, geleid actief en passief. Elke zorgvrager wordt, afhankelijk van zijn / haar mogelijkheid om zelf in beweging te komen, in één van deze klassen ingedeeld.

Zelfredzaamheid


Zelf dingen doen, zelf bepalen waar, wanneer en hoe je dingen doet lijkt de normaalste zaak van de wereld. Op het moment dat je iets mankeert, zoals het hebben van een gebroken arm of been, merk je pas waar je je armen en benen allemaal voor nodig hebt en hoe afhankelijk je van anderen kunt zijn wanneer je niet alles zelf kunt doen. Zodra de breuken genezen zijn, kun je (langzaamaan) weer je eigen gang gaan. Zelf alles doen.

Niet vanzelfsprekend

Zelfredzaamheid is niet voor iedereen zo vanzelfsprekend. Mensen die niet zelfredzaam zijn, zijn afhankelijk van een ander om naar het toilet te gaan, dienen zich te laten wassen of aan te kleden. Zij kunnen niet altijd zelf bepalen wanneer zij iets gaan doen. Deze mensen hebben (vaak) zorg nodig en / of transfermiddelen om een transferhandeling plaats te kunnen laten vinden.

Autonomie

Bij het verlenen van zorg gaat het om zo lang mogelijk zelfredzaam te zijn. Dit betekent niet alleen jezelf kunnen verplaatsen, maar ook het behouden van de eigen regie – autonomie. Zelfredzaamheid is in een aantal aspecten, die de basisbehoeften aangeven, weer te geven. Een aantal basisbehoeften die invloed op transferhandelingen hebben, zijn:

Hygiëne
Onder hygiëne verstaan we lichaamsverzorging in de vorm van douchen, baden en wassen aan de wastafel. Wanneer de zorgvrager beperkt is in zijn mogelijkheden, kan zijn / haar zelfredzaamheid door middel van een aangepast bad, een douchetoiletstoel of een brancard worden bevorderd. Met deze transfermiddelen kan een zorgvrager nog zo lang mogelijk zelfstandig wassen. Soms kan een klein hulpmiddel ervoor zorgen dat iemand zelfstandig op een douchetoiletstoel plaats kan nemen en zelf kan gaan douchen.
Continentie
Met een opstahulpmiddel of tillift kan een zorgvrager (weer) zelfstandig naar het toilet of van het toilet gebruik maken. In sommige situaties kan een transferhulpmiddel de oplossing zijn om weer zelfstandig op het toilet te komen.
Lichaamshouding
De lichaamshouding van de zorgvrager terwijl hij / zij bijvoorbeeld in een stoel zit of op bed ligt is erg belangrijk. Een zorgvrager dient comfortabel en veilig te zijn gepositioneerd. Daarnaast is het belangrijk dat de zorgverlener tijdens een transfer een goede houding aanneemt. De zorgverlener dient handelingen uit te voeren zonder zichzelf fysiek te belasten. Met behulp van transfer- en tilhulpmiddelen kan een zorgverlener zijn / haar lichaamshouding veranderen, maar ook de lichaamshouding van een zorgvrager gemakkelijker veranderen / aanpassen.
Mobiliteit
Wanneer een zorgvrager hulp nodig heeft bij het verplaatsen, is het belangrijk te kijken of dat op een natuurlijke manier mogelijk is. Het stimuleren en onderhouden van de resterende functies is van groot belang voor de mobiliteit van de zorgvrager. Indien bij het opstaan bijvoorbeeld een actieve tillift wordt gebruikt, dient te worden gekeken of de lift het bewegingspatroon van de zorgvrager kan volgen.
Algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL)
Het aankleden is een dagelijkse activiteit. Jezelf kunnen aankleden is niet voor iedereen vanzelfsprekend, maar met een (kleine) aanpassing is het voor zorgvragers mogelijk zichzelf weer te kunnen kleden. Soms is het aankleden alleen mogelijk wanneer de zorgvrager stabiel kan staan en ondersteuning ondervindt van een hulpmiddel of een zorgverlener. Ook een zorgverlener heeft soms een hulpmiddel nodig om de zorgverlener te kunnen helpen bij het aankleden zonder de grenzen van fysieke overbelasting te overschrijden.

Mobiliteitsklasse


Wanneer een zorgvrager bepaalde handelingen niet (meer) geheel zelfstandig kan uitvoeren, dient te worden gekeken hoe de mobiliteit kan worden verbeterd. Verbeterde mobiliteit houdt de zorgvrager zelfstandig en actief. Door de mobiliteit te verbeteren, wordt ook de kwaliteit van de zorg verhoogt. Transfers kunnen sneller plaatsvinden en de zorgverlener hoeft geen zware handelingen te verrichten.

Mobiliteitsklassen

Actief
De zorgvragers in deze mobiliteitsklasse kunnen in de meeste gevallen de handeling zelfstandig uitvoeren of hebben nauwelijks hulp van een zorgverlener nodig. Wanneer een zorgvrager wel hulp nodig heeft, zal deze fysiek niet belastend zijn voor de zorgverlener. Zorgvragers in deze mobiliteitsklasse worden met de pictogram ‘Flex achter de rollator’ weergegeven.
Geleid actief
Wanneer zorgvragers niet in staat zijn de handeling zelfstandig uit te voeren, dient de hulp zodanig te worden gegeven dat de zorgverlener zich fysiek niet overbelast. De fysieke belasting dient binnen de gestelde grenzen te blijven. Een andere mogelijkheid is het gebruiken van transferhulpmiddelen. Zorgvragers in deze mobiliteitsklasse worden met de pictogram ‘Flex in de rolstoel’ weergegeven.
Passief
De zorgvragers in deze mobiliteitsklasse zijn niet in staat een handeling zelfstandig uit te voeren omdat dit niet in hun lichamelijke of geestelijke vermogens ligt. Zij beschikken nog wel over enige activiteit, maar te weinig om een handeling in te kunnen zetten. De zorgverlener kan geen hulp bieden zonder zich fysiek te belasten. Hij / zij dient gebruik te maken van hulpmiddelen die deze fysieke belasting voor een groot deel of helemaal overneemt. Zorgvragers in deze mobiliteitsklasse worden met de pictogram ‘Flex in bed’ weergegeven.